De lynx was een hoax maar de (vermoedelijk) eerste wolf werd begin september 2011 bij Duiven gesignaleerd. Het dier was een zogenaamde zwerver en kwam zo goed als zeker uit Duitsland vandaan. In tegenstelling tot wat ik beweerde in mijn column over de lynx, is het uitzetten van wolven niet meer aan de orde omdat de verwachting is dat de wolf zich vanzelf definitief in ons land gaat vestigen. Ik ontdekte de interessante website wolveninnederland.nl waarop alles staat wat je over de wolf wilt weten.
De wolf terug in ons land is goed nieuws voor ouders die verlost willen worden van hun lastige kinderen. Drs. P. had in 1974 een megahit met de “Dodenrit” (Trojka hier, Trojka daar). Hij beschrijft een roedel hongerige wolven die een Trojka achtervolgen. Een voor een worden de kinderen door hun ouders aan de wolven gevoerd. Uiteindelijk komt niemand van het gezin levend in Omsk aan. Het idee voor het lied ontstond tijdens een gesprek van Drs. P met John Bakker, de tekenaar van de stripreeks Dan Teal. Drs. P vertelde de tekenaar toen hoe in de 19de eeuw in Rusland tijdens ellenlange trojkaritten door het Siberische sneeuwlandschap soms kinderen voor de wolven werden gegooid zodat de overige passagiers tijd konden winnen om toch veilig in een stad aan te komen. Vermoed wordt dat Drs. P het verhaal verzon en een parodie heeft gemaakt op Wosjni Nowgarad van Annie M.G. Schmidt.
In de tijd waarin de Dodenrit zich afspeelt, bestonden er ook nog schaapherders. Zij lieten hun kinderen op de schapen passen. Die kinderen werden soms door een uitgehongerde wolf gegrepen. De schaapherder is uitgestorven en kinderen zitten tegenwoordig op school. Wolven die uitgehongerd zijn kunnen inderdaad mensen en kinderen aanvallen. De kans dat dit gebeurt, is uiterst klein. Voor dit soort horror moeten we minstens een eeuw terug in de tijd toen de wolven ook nog aan hondsdolheid leden. Deze dodelijke ziekte (ook voor mensen) komt in Europa vrijwel niet meer voor.
Dagelijks eet de wolf 3-4 kilogram vlees maar hij kan ook een week zonder. In ons land is meer dan voldoende voedsel voor de wolf te vinden. We hoeven dus niet bang voor uitgehongerde, agressieve wolven te zijn. De wolf is wel bang voor ons. Kom je hem in ‘t wild tegen dan wordt aangeraden te blijven staan, hem vriendelijk toe te spreken en beslist niet te voeren. Een wolf opzettelijk in het nauw drijven is vragen om moeilijkheden maar dat geldt voor alle in het wild levende dieren. Ook je trouwe viervoeter zal de wolf met rust laten. Hij “ruikt” dat de hond bij ons hoort en houdt afstand.
De wolf is officieel voor het laatst gezien in 1896. De mens was toen zijn grootste vijand. In die tijd werden wolven afgeschoten. Nu is de wolf beschermd en mag er niet op hem worden gejaagd. Op dit moment leven de wolven in het Oosten van Duitsland maar sinds kort ook in Hessen. Dat is ongeveer 200 kilometer verwijderd van onze grens. Een wolf kan per nacht ruim 100 kilometer afleggen. Dat hij zo nu en dan een kijkje over de grens neemt en zodoende in ons land gesignaleerd wordt, is dus mogelijk..
De wolf is een roedeldier en serieel monogaam. Een mannetje wil nog wel eens een ander vrouwtje dekken maar het vrouwtje blijft trouw tot haar partner overlijdt. Pas dan gaat ze op zoek naar een nieuw mannetje. In vroegere tijden werden roedels van 20 tot 30 wolven waargenomen. Tegenwoordig komen dat soort grote roedels niet meer voor. De reden is dat de reeën, de prooidieren van de wolf, intelligenter zijn geworden en zich verspreiden. Daarom jaagt de wolf steeds vaker alleen. Zijn roedel bestaat nu uit maximaal 8 dieren. De welpjes blijven 2 jaar bij hun ouders waarna ze op zoek naar een partner en een eigen territorium gaan. Dat territorium bakenen ze af met uitwerpselen. Een jonge wolf, die nog op zoek naar eigen territorium is, begraaft zijn uitwerpselen. De wolf die bij Duiven werd ontdekt was waarschijnlijk een jonge wolf want er zijn geen uitwerpselen van hem gevonden. Vanwege het gebrek aan sporen is het niet voor honderd procent zeker dat het ook een wolf betrof.
De wolf wordt gezien als het symbool van wildernis. Wolven blijken echter cultuurvolgers te zijn en kunnen in door mensen gedomineerde en ingerichte landschappen goed overleven. In Zuid- en Oost-Europa leven ze zelfs tot in de steden, zoals in de Roemeense stad Brasov. Aan de rand van die stad bevindt zich een open vuilnisbelt waar de wolf zich te goed doet aan afval. Wij kennen zulke vuilstortplaatsen niet meer dus zal de wolf bij ons weinig reden hebben om de steden op te zoeken.
De terugkeer van de wolf wordt door natuurbeheerders van harte toegejuicht maar niet om sentimentele redenen. Hij staat als roofdier bovenaan onze voedselketen. Zijn menu is gevarieerd: van wisenten, elanden en zwijnen tot aan knaagdieren, zoals muizen, ratten en bevers. Oude, zieke en zwakke dieren vallen eerder ten prooi aan wolven dan gezonde volwassen dieren. Daarnaast eten wolven veel jonge, onervaren dieren, waarmee ze een rem zetten op de populatiegroei van hun prooidieren. Daarom zagen de jagers de wolf eerst als hun concurrent en waren niet blij met zijn verschijnen. Inmiddels zijn ze aan elkaar gewend en ziet de jager ook de voordelen aan de terugkeer van de wolf. De wolf zorgt namelijk voor een betere ecologische balans en sterkere prooidieren. Vandaar het enthousiasme van natuurbeheer.
Minder gelukkig met de wolf zijn de boeren. Zij vrezen voor hun schapen en kalfjes. Waakhonden en afzettingen met linten en schrikdraad zijn de beproefde veiligheidsmiddelen tegen opdringerige wolven. Maar wie gaat dat betalen? In het buitenland krijgen de boeren daarvoor een subsidie, in ons land neemt de overheid nog een afwachtende houding aan. Dat is begrijpelijk want we hebben nog geen wolven maar die tijd gaat ongetwijfeld komen. Mocht er subsidie worden toegekend dan geldt die alleen voor boerenbedrijven. Particulieren met schapen en geiten die in een gebied wonen waar de wolf terugkomt zullen zelf hun maatregelen moeten bekostigen.
Wolven leveren ook inkomsten op. De toeristenindustrie krijgt een enorme oppepper. Het bewijs werd door de poema in 2005 (die nooit meer is aangetroffen) geleverd. Tienduizenden trokken naar de Veluwe om een glimp van het roofdier op te vangen. De horeca en het wildpark De Hoge Veluwe deden uitstekende zaken. Vooralsnog kunnen we de wolf alleen bekijken in de dierentuinen. Een alternatief is het landgoed Hoenderdaell te Anna Paulowna waarover binnenkort meer.

Interessante column Ko.
En wat mij betreft zijn de wolven van harte welkom, ik vind het schitterende dieren, maar ze observeren in de natuur, dat gaat wel heel erg moelijk worden, daarvoor zijn ze veel te schuw.
@Edzel, integenstelling tot de Lynx jaagt de wolf ook overdag. Hij heeft geen moeite met akkers en snelwegen over te steken. Je hebt een kleine kans een wolf te treffen.
Schaapherders uitgestorven? Zeker niet! Er schijnen zelfs wachtlijsten te bestaan om schaapherder te worden. Wellicht geeft het hoeden van schapen meer voldoening en verdieping dan het moderne bestaan met alle stress en de waan van de dag……
Toch is het niet alleen romantiek. Het schijnt een zwaar beroep te zijn. Was er voorheen sprake van een flinke subsidie, tegenwoordig is dat een stuk minder.
Ook hier heeft de bureaucratie zijn intrede gedaan: de schaapherder heeft een hele papierwinkel bij te houden. Wol en lammeren leveren ook nog eens veel minder op dan een aantal jaren geleden.
De wachtlijsten om schaapherder te worden zullen momenteel dus wel een stuk korter zijn.
@Marja, er zijn nog twee particuliere schaapherders (bij Ede) en 20 kuddes schapen in dienst van Landschapsbeheer. In het gebied waar de wolf terugkomt zijn er nog 2. Die krijgen het misschien moeilijk. Overigens werden vanouds de kuddes bewaakt door honden. Dat zal zeker weer gebeuren.
Zijn die honden trouwens wel in staat om een roedel hongerige wolven tegen te houden?
@Edzel, waarschijnlijk niet maar het is de combinatie van schrikdraad, linten en honden.
Zo gaat het schaapherder zijn toch nog een enigszins spannend beroep worden.
Bedankt voor de tip van de website wolven in Nederland! Ik ben verzot op wolven (schilderen).