Wantrouwen tegenover burgerjournalistiek | Ko van Dijk Vertelt

Wantrouwen tegenover burgerjournalistiek

journalist

“Een wetenschappelijk onderzoek onder 541 Vlaamse beroepsjournalisten, uitgevoerd door de Katholieke Universiteit Leuven toont een zeker wantrouwen aan ten aanzien van burgerjournalistiek. De journalisten vrezen voor sensatiezucht en voortschrijdende commercialisering. Ruim de helft van de ondervraagde journalisten (52,9 procent) stelt dat burgerjournalistiek de beroepsjournalistiek schaadt. In het onderzoek ‘De frustratie van de vierde macht’ van Carmen van Oers stelt een van journalisten dat burgerjournalistiek “onzin is, want synoniem voor amateurisme. Of haalt u er een burgerchirurg bij als u moet worden geopereerd of een burgerloodgieter als de buizen verstopt zijn?”

Beroepsjournalisten storen zich in het bijzonder aan het feit dat zij zich moeten houden aan bepaalde rechten en plichten, een professionele werkwijze – terwijl burgerjournalisten dat niet zouden hoeven. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat druk om ‘gekleurd’ te schrijven om adverteerders tevreden te stellen, steeds vaker voorkomt. “ (Bron: Villa Media en Gazet van Antwerpen)

Het onderzoek betreft de Belgische journalistiek maar de resultaten zullen in Nederland niet veel anders zijn. Dankzij het Internet staan vele beroepsjournalisten op straat. De concurrentie van de burgerjournalist (weblogger) is niet de oorzaak. Het is de terugloop van het advertentie-aanbod en de overhead bij de gedrukte media waardoor budgetten zijn ingekrompen. Het is zuur als je een vakman of vakvrouw bent en je hebt geen werk meer.

De journalisten die nog wel hun boterham kunnen verdienen kijken met argusogen naar de webloggers. Die zien ze als een bedreiging. En dus doen ze onze verhalen af als amateurisme. Daar zit een kern van waarheid in. Echte onderzoeksjournalistiek kost heel veel tijd en kennis. De weblogger verdient geen cent en zal dus naast het webloggen ander werk moeten doen.

Het onderzoek maakt melding over “gekleurd” schrijven om de adverteerders tevreden te stellen. Dat “gekleurd” schrijven is geen tendens van de afgelopen tijd maar sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld. Objectieve verslaggeving bestaat niet. Iedereen weet dat de Volkskrant van oorsprong een linkse signatuur bezat en de Telegraaf rechts. Dat de Volkskrant haar linkse imago langzaam heeft moeten inwisselen voor een soort Paars heeft natuurlijk alles te maken met de terugloop aan abonnees en advertentie-inkomsten.

Ik ken de Belgische kranten niet en kan daarom geen vergelijking maken. Ik kan me echter indenken dat ook de Belgen een links en een rechts georiënteerde media kennen. Het aardige is nu dat webloggers grotendeels onafhankelijk zijn. Niemand tikt ze op de vingers omdat ze de adverteerders een plezier moeten doen. De weblogger of burgerjournalist kan schrijven zoals hij dat wil. Hij doet dat helaas maar voor een klein lezerspubliek.

Op de hoogtijdagen, zoals met berichten over Joran, trekt mijn weblog 3500 bezoekers per dag. Dat is niets vergeleken bij een krant zoals de Telegraaf met 800.000 lezers per dag. Journalisten die voor dergelijke kranten schrijven hebben een heel andere verantwoording dan de kleine burgerjournalist. Jolanda van der Graaf zette op de voorpagina een kort interview met Ruben, de enige overlevende van de vliegtuigramp te Tripoli. De hele natie viel over haar heen. Terecht naar mijn mening. Had ik dat gedaan dan was dat eveneens afkeurenswaardig maar de commotie waarschijnlijk een stuk minder geweest.

De beroepsgroep beticht de weblogger van amateurisme. Zoals gezegd hebben ze deels gelijk omdat we niet van de journalistiek kunnen leven. Maar daarbij vergeten ze dat een groot deel van het nieuws door de burger wordt aangeleverd. De tijd dat de journalist met zijn notitieblok en camera als een razende reporter door ’t land trok ligt ver achter ons (zie foto boven deze column uit 1934) . Het nieuws wordt nog hoofdzakelijk vanachter het redactiebureau gemaakt. Daarbij maakt de beroepsgroep dankbaar gebruik van de duizenden webloggers. Vreemd is dat niet want als er op de hoek van mijn straat iets gebeurt dat van belang is kan ik dat onmiddellijk op mijn weblog zetten. Het is dan “mijn” ooggetuige verslag en zo goed als zeker een betrouwbaarder lezing van het gebeuren dan de journalist die pas naderhand op de rampplek arriveert.

In het buitenland zijn er al kranten die voor het regionale nieuws voor een groot deel draaien op de webloggers. Die webloggers krijgen er zelfs voor betaald. Maar is dat nieuw? Neen. Vele kranten in binnen- en buitenland maken sinds jaar en dag gebruik van zogenaamde correspondenten. Dat zijn zelfstandig journalisten die per item worden betaald. De meeste correspondenten zijn ooit in het vak gerold door hun goede contacten of kennis van de omgeving. Zelden hebben ze een echte journalistieke opleiding gevolgd. Het verschil met vroeger is dat de verslaggeving digitaal en sneller gaat.

Kritiek op de burgerjournalist mag maar hoe zit het met de heren en dames broodschrijvers zelf? Laten we een recent voorbeeld nemen: Maria Mosterd. Tuinde de hele journalistieke wereld niet in haar grotendeels verzonnen verhaal? Redacteur Iris Pronk van Trouw trok het boetekleed aan.  Of neem de zaak Maddie McCann. Het duurde minstens 2 maanden voordat journalisten gingen twijfelen aan de verhalen van Gerry en Kate. Ik was één van de eerste webloggers die dat wel deed. Inmiddels zullen er weinig journalisten meer zijn die nog achter de McCanns staan.

Natuurlijk wordt er een hoop onzin geschreven. Het aardige is echter dat het aanbod groot is. In de krant schrijft één journalist over een onderwerp, op het Internet soms honderden burgerjournalisten. De lezer kan die verhalen tegen elkaar afwegen en daaruit zijn conclusie trekken. Wat we ook zien is dat burgerjournalisten sommige items veel beter uitdiepen dan de oppervlakkige verhalen van de beroepsgroep. Want de beroepsgroep moet productie maken.

Ik denk dat burgerjournalisten en de beroepsjournalisten prima naast elkaar kunnen voortbestaan en elkaar ook kunnen aanvullen. Incidenteel gebeurt dat ook. We vormen pas echt een bedreiging als kranten hun content gaan verstoppen achter een betaalmodel. De Internetter zal niet snel voor nieuws betalen. Dat is al veelvuldig gebleken. Zodra steeds meer kranten en bladen de onverstandige stap naar betaalcontent gaan nemen breken er gouden tijden voor de webloggers aan. We krijgen meer lezers en worden daardoor voor adverteerders interessant. En tja, als webloggen geld gaat opleveren kun je er misschien van leven en kwalitatief betere nieuwsgaring doen.

© Ko van Dijk. Geheel of gedeeltelijke overname van de columns is niet toegestaan.

3 reacties

  1. 1
    Carmen zegt:

    Mooie reflectie.

    Mvg

  2. 2
    Joost zegt:

    Ik heb zelf niet zoveel op met die zelfbenoemde ‘journalisten’ die we sinds internet rijk zijn. Ik wissel ze graag op elk moment in voor een echt. Niet dat die nou allemaal zo briljant zijn, maar de kans op een objectieve berichtgeving is dan wat hoger.

    Daar zit ook meteen de bottle neck want iedereen die ‘iets’ met nieuws doet is van mening dat hij een journalist is. Er zijn echter zoveel facetten in het metier dat mensen, zelfs die in de media zitten, het spoor bijster zijn.

  3. 3

    @Carmen, dank je wel.

RSS Feed for this entry