
De politie in Stadskanaal is in de nacht van donderdag op vrijdag uitgerukt voor een vermeend stel inbrekers dat later een stel egels bleek te zijn. Dit leuke berichtje bracht mij in herinnering dat de politie zich wel vaker door egels laat neppen.
Het was een zwoele zomeravond dat ik besloot nog even een borrel bij een kennis van me in Bussum te drinken. We zaten gezellig in zijn tuin met de fles Whisky binnen handbereik. Nu drink ik zelden veel maar de Whiskey smaakte me goed. Na drie glazen besefte ik dat ik nog moest rijden en nam een glas water ter ontnuchtering. Ruim na middernacht nam ik afscheid en stapte mijn auto in.
Omdat mijn kennis in een riante villa vlakbij de provinciale weg woont nam ik deze rustige route terug naar Amsterdam. Er was geen verkeer te bekennen maar nauwelijks was ik de weg op gereden of een “gek” achter me begon te knipperen met groot licht. Ik vertrouwde het niet en gaf gas. De achterligger deed dat ook. Nu ken ik deze binnenweg dromen en dus gaf ik meer gas. Mijn achterligger bleef knipperen met zijn licht en me hinderlijk achtervolgen. Ik reed in die tijd een supersnelle 3.5 liter, een tik op het pedaal en de teller gaf 160 aan. Maar wat was dat? Ineens een blauwe lichtbundel. Mijn hinderlijke achtervolger bleek een politieauto te zijn.
Ik stopte opgelucht maar realiseerde me tevens dat ik gedronken had. Wat is wijsheid? Nog voor de agenten bij mijn auto kwamen stapte ik uit. Ik opende het gesprek: “Mannen zijn jullie gek geworden, je hebt me bijna een hartaanval bezorgd! Maar ik ben blij dat jullie agenten zijn want ik zat in doodsangst.” Op een dergelijke aanval hadden de agenten niet gerekend. Ze bleven een beetje verbouwereerd staan. “Hoezo, meneer… u reed 130 daar waar u maar 80 mag!” “Nee, agent ik reed bijna 170 km om mijn vege lijf te redden. U beseft niet dat als u met lichten gaat knipperen ik niet kan zie wie u bent. Het is ruim 3 uur midden in de nacht.”
Ik kwam overtuigend over. De agenten keken elkaar eens aan. Ja, het was uitgestorven op de weg. Mijn aanval had het beoogde effect. Ze hadden gelijk hun zwaailicht en het bordje Stop Politie moeten gebruiken. Maar ik was nog niet van ze af. Natuurlijk vroegen ze of ik gedronken had. Ontkennen was onmogelijk want ik proefde de smaak van de Whisky nog in mijn mond. Met gepaste tegenzin blies ik op de alcoholtester. Tot mijn verbazing zat ik onder de toegestane limiet.
“Kijk heren, de test wijst uit dat ik geen enkele reden had om jullie uit de weg te gaan. Nu kun je me proberen een boete voor een snelheidsovertreding te geven maar die vecht met alle middelen aan”, blufte ik. Ik had het nog niet gezegd of er ontstond kabaal in de berm. Een van de agenten trok onmiddellijk zijn revolver en richtte die samen met een zaklamp op de plek waar het geluid vandaan kwam. Hij slaakte een gil. “Krijg nou wat, komen jullie ‘s kijken!” In het struikgewas van de berm zagen we een complete egelfamilie zich een weg banen. We telden zeven kleine en drie grote egels die zich uit de voeten probeerden maakten. Daar zaten we dan, drie volwassen kerels op hun hurken egeltjes te tellen…
Toen het schouwspel voorbij was vertelde de agent van de revolver en zaklamp dat hij dacht dat ik een wisseltruc had toegepast. Hij verwachte dat de werkelijke bestuurder van mijn auto zich in de berm verscholen had. Zijn collega schoot als eerste onbedaarlijk in de lach. Het ijs tussen ons was door de egeltjes definitief gebroken. Een van de agenten toverde een pakje Zware van Nelle te voorschijn. Samen rookten we een shaggie ter afsluiting. “Kom Jan, de dienst zit erop. We hebben de boys morgen een leuk verhaal te vertellen. Nou meneer, u kunt uw weg vervolgen en die snelheidsovertreding, dat verhaal geloven we wel.” We gaven elkaar een hand en ik zwaaide hun vriendelijk uit bij het vertrek.
haha, lachen!