Wie schrijft die blijft. | Ko van Dijk Vertelt

Wie schrijft die blijft.

boekenschrijver

Bestaat er nog een leven naast het webloggen? Het is de vraag die ik me de afgelopen 4 jaar nooit heb gesteld. Maar door een zwaar tegenvallende internetklus werd ik gedwongen al mijn tijd en energie in dat internetproject te steken. Het gevolg was twee weken geen column van Ko. Ik heb twee jaar geleden ook een kleine stop ingelast wegens drukke werkzaamheden maar twee weken is nog nooit voorgekomen. Helaas is de huidige klus nog niet af. Ik loop dus op mijn schema achter. Gelukkig maak ik dit maar zelden mee. Doorgaans verlopen internetopdrachten voorspoedig.

Enfin, de vraag die ik zou beantwoorden is hoe het bevalt een paar weken niet te schrijven. Dat bevalt slecht. Schrijven is het leukste werk dat er is. Jammergenoeg kunnen er nog weinig mensen van hun schrijfwerk leven. Het vak journalistiek is uitgehold dankzij de komst van het Internet. Iedereen kan publiceren. Zelfs de grootste, dyslectische nitwit die ik ken, trekt nog een lezerspubliek. Vroeger was dat anders. Van een journalist werd weliswaar geen literair hoogstandje verwacht – het gaat immers om de boodschap en niet om de verpakking – maar een vlotte, duidelijke schrijfstijl zonder al te veel spelfouten werd zeer op prijs gesteld. De Volkskrant gaf zelfs een eigen “stijlboek” uit.

Voor me ligt de editie 1992. Het was de eerste, commerciële uitgave. Daarna volgden er meer. Ook andere “kwaliteitskranten” kwamen met stijlboeken op de markt. Je zou dus denken dat de kranten proberen de verloedering van onze taal tegen te gaan. Dat is een misvatting. Juist de zogenaamde kwaliteitskranten begonnen in de jaren tachtig fors in hun kostenposten te snijden. De eerste afdeling die werd opgeheven was de correctie. Daar werkten dure krachten met niet zelden een academische achtergrond. Met de komst van de computer moest de journalist zelf zorgen dat zijn stukjes correct waren geschreven. Het stijlboek moest hem daarbij behulpzaam zijn. Die stijlboeken waren intern verplicht leesvoer.

De laatste editie van het Stijlboek van de Volkskrant dateert uit 2006. Geen idee of er een nieuwe uitgave op komst is maar het zou me niet verbazen als 2006 de hekkensluiter is. Redacties worden ingekrompen, samengevoegd of gewoon opgeheven. Journalisten van naam staan op straat. Als freelancer mogen ze in hun handen knijpen wanneer de opdrachtgever 150 euro voor hun stukjes betaalt. In de tijd dat ik nog actief voor de bladen werkte was de beloning gemiddeld tussen de 250 en 750 gulden voor een goed verhaal. Een journalist met een groot netwerk en veel ervaring kon zich letterlijk rijk schrijven. Die tijd is voorgoed voorbij. Daarom is het opvallend dat de mediaopleidingen in trek zijn. Er is zelfs van een wildgroei sprake. Dit is een ontwikkeling waar de vereniging van journalisten zich terecht zorgen om maakt. Waar moeten de pas afgestudeerden straks een baan vinden?

Ach, wie geen werk in de journalistiek weet te bemachtigen kan altijd nog een boek schrijven. De romantiek van de schrijver die ergens op een zolderkamertje achter zijn tweedehands schrijfmachine een bestseller schrijft, spreekt ons allen aan. De schrijfmachine is vervangen door de laptop en zolderkamertjes worden alleen nog voor logees of het bewaren van je overbodige spullen gebruikt. De ambiance van de moderne romanschrijver is gerieflijker dan die van zijn evenknie uit het verleden. Zijn droom: een veel gelezen auteur te worden, is echter gelijk. Helaas komt die droom maar zelden uit. Toch lezen we ons suf.

In 2008 werden er 5% meer boeken verkocht dan in 2007. Vorig jaar zakte de boekenverkoop met 5% in. Maar dat dipje is slechts tijdelijk. Of met de komst van de E-readers de belangstelling voor boeken zal toenemen valt overigens te bezien. Ik denk dat de consument toch het ’t liefst een mooi uitgevoerd boek koopt ook al zet hij het naar verloop van tijd op Marktplaats neer. Niet alleen het schrijven is een stukje romantiek, behaaglijk op de bank kruipen met een boek is dat eveneens.

Met een gemiddelde winstmarge van 45% voor de boekverkoper en een nettowinst voor de uitgever van 6 tot 8 euro per boek, is de boekenbranche een gezonde markt. De schrijver moet met 10% van de verkoopprijs genoegen nemen. Maar hem of haar is het in de eerste plaats om de roem te doen. Bovendien, vele kleintjes maken één grote. Kluun, Heleen van Royen en Arnold Grunberg werden miljonair van hun boekenverkoop. Bij Grunberg kunnen we over een literair genie spreken maar dat geldt niet voor Kluun of Van Royen.

De kwaliteit van je pennenvrucht is niet van doorslaggevend belang voor je succes. Het is de combinatie spraakmakende inhoud en goede marketing die je doet opvallen. Kluun werd massaal de grond in geschreven door de critici. Zelden heeft een schrijver zoveel roem te danken aan zijn criticasters gehad. Het maakt dus niet uit hoe men over je schrijft, als men maar over je schrijft. Een boek bewust boycotten door het niet te recenseren, hetgeen Ton Biesemaat met zijn Bernhard Gate overkwam, is dodelijk. Opvallend dat een paar jaar na de release van de Bernhard Gate andere schrijvers met het hetzelfde onderwerp wel in de media scoren. De fout die Biesemaat maakte was dat hij als journalist te werk is gegaan. Zijn boek stond boordevol feitenmateriaal over het discutabele leven van Prins Bernhard. Goed onderbouwd door uitvoerig onderzoek. Maar daar zat niemand op te wachten. Andere schrijvers pakten een paar krenten uit de pak, bliezen het op en zie daar: de media hapten dankbaar toe. Kassa!

We willen dus lezen maar het moet niet te ingewikkeld worden. Lezen is in de eerste plaats ontspanning en vermaak. Het boek mag ook niet te dik zijn. Iedereen heeft wel een Mulisch in zijn kast staan maar slechts een enkeling heeft de werken van Mulisch tot de laatste letter gelezen. Yvonne Kroonenberg maakte in de jaren tachtig opgang met haar boekje “Alle mannen willen maar één ding.” Het 110 pagina’s tellende schrijfwerkje vloog over de toonbank. Totale verkoop iets van 300.000 stuks. Kroonenberg vertrouwde me toe dat ze van elk verkocht boekje 1 gulden kreeg. Na haar debuut volgden er nog vele, gelijksoortige titels die allen over de liefde gaan. Kroonenberg is er meervoudig miljonair mee geworden. De eenvoud én herkenning spreekt de lezer dus aan

Wie schrijft die blijft geldt dus zeker voor de hierboven genoemde auteurs. We moeten deze oude wijsheid echter niet te letterlijk nemen. Volop in de belangstelling staat de paranormale wereld en wat daar voor door wil gaan. Vrijwel iedere paragnost vindt zijn leven zo bijzonder dat hij de behoefte voelt een boek te schrijven. Sommige produceren aan de lopende band.

Ondanks de enorme belangstelling voor het onderwerp ken ik maar weinig boeken van paragnosten die echt hebben gescoord. In de eerste plaats komt dat omdat de schrijvers vooral over zichzelf ratelen en hoe geweldig ze wel zijn. Dat is interessant voor hun cliënten en de familiekring maar de buitenwereld heeft daar geen boodschap aan tenzij de bewuste paragnost grote, landelijke bekendheid geniet. Maar dan nog moet hij of zij het kaliber van een Char of Derek bezitten willen de boekverkopers tevreden over de verkoop zijn. Ook blunderende paragnosten, zoals destijds de “Er is zoveel meer specialist” Robert van den Broeke, doen het goed. Hier speelt televisiebekendheid eveneens een rol van betekenis.

Leven van de schrijverij is niet zo simpel als het soms lijkt. Er komt een grote dosis geluk bij kijken. We kennen allemaal de successtory van Harry Potter. Bijstandsmoeder Joanne Rowling leurde met haar script. Niemand was geïnteresseerd. Ze had de moed al bijna opgegeven toen een uitgever alsnog overstag ging. Zijn collega’s, die het script afkeurde, zullen de haren uit hun hoofd hebben getrokken. Rowling werd miljardair en kreeg zelfs een ere doctoraat. En dat allemaal met een serie kinderboeken, de meest moeilijke doelgroep die er is.

Webloggen is verhaaltjes schrijven voor een klein lezerspubliek. Je kunt er nooit een cent mee verdienen. Te vergelijk: ik schreef vroeger een artikel over een evenement en plakte er voor mijn lezers een kortingsbon aan vast. De volgende dag belde de organisator me op. Hij had duizenden bezoekers mogen verwelkomen en ruim 800 kortingsbonnen ontvangen. De verloting van 10 exemplaren van de Dikke van Dale (verkoopprijs destijds 255 gulden) leverde 15.000 inzendingen op. Kom daar nu nog maar eens om.

De interactie met je lezerspubliek is misschien wel de mooiste beloning. Wat dat betreft is Internet een geweldig medium. Ik heb niet te klagen. Als lezers mij mailtjes gaan sturen met “waar blijven je columns?” dan blijkt daaruit dat ik in een behoefte voorzie. Toch schrijf ik in de eerste plaats voor mezelf. Het is een uitlaatklep voor zaken die me bezig houden en ik met de rest van de wereld wil delen. De behoefte om boeken te schrijven heb ik niet. Maar wie weet komt dat er nog eens van. Het is me meer dan eens gevraagd. Een goed boek schrijven kost echter heel veel tijd. Het gemiddelde voorschot van een uitgever is 4.000 euro. Daar kun je twee maanden van rondkomen. Ondertussen moet de kachel blijven branden. Zo ook met webloggen. Een paar weken geen columns schrijven voelt als een leegte maar een lege bankrekening heeft de prioriteit.

Ko is weer terug en wenst zijn lezers met de komende columns veel leesplezier. Tot slot een wijze raad: een boek schrijven moet je nooit doen om jezelf te bewijzen. Zo’n boek is tot mislukking gedoemd. Maar halfbakken uitgevers die boeken per stuk voor je willen printen leven er goed van.

© Ko van Dijk. Geheel of gedeeltelijke overname van de columns is niet toegestaan.

Ha! 1 reactie!!

  1. 1
    eusv zegt:

    kom op ko,rustig aan.

RSS Feed for this entry