
Gisteren een opmerkelijk bericht: een klein museum in Zwolle blijkt al 35 jaar in het bezit van een echte Van Gogh te zijn. De huidige directeur vond het kostbare schilderij in de kelder van zijn museum. Dirk Hannema, de oprichter van dat museum, had het doek 1975 in Parijs gekocht. Aangezien Hannema als directeur van Booijmans in 1937 verantwoordelijk was voor de aankoop van De Emmaüsgangers, toegeschreven aan Vermeer maar een knappe vervalsing van Han van Meekeren, werd hij niet geloofd toen hij beweerde voor omgerekend 2300 euro een Van Gogh te hebben gekocht. Experts hebben hem nu gelijk gegeven. Hannema is helaas dood en maakt zijn rehabilitatie niet meer mee.
Experts kunnen ook fouten maken zoals bij een stapeltje Chinese bordjes die mijn ouders verkregen uit een nalatenschap. Per stuk zouden ze 1.000,- gulden waard zijn. Vele jaren werden de bordjes als een zeldzaam porselein in een vitrinekast tentoongesteld. Toen mijn ouders overleden wilde ik die bijzondere bordjes verkopen. Op het Internet ontdekte ik de ouderdom: minstens 200 jaar! Ik dacht een leuk bedragje rijker te zijn. In gedachten zag ik mij het geld besteden voor een nieuwe inrichting van mijn huis en van wat er daarna nog zou overbleven zou ik op vakantie kunnen gaan. Mijn droom werd wreed verstoord toen ik via Kunst en Kitsch in contact kwam met een taxateur van Chinees porselein. Ja, die bordjes waren inderdaad erg oud maar dat zegt niets. Alles draait om de maker. En die had bij zijn leven met zijn hele familie duizenden van die bordjes geproduceerd. Mijn “schat” bleek niet meer dan hooguit 400 euro waard. Mocht iemand nog interesse hebben?
Een kennis van me woont in een historische stadsboerderij. De buitenkant is geheel in stijl en zou prima passen in de plaatjes van Anton Piek. Binnen echter is het ultra modern ingericht met meubelen van bekende, hedendaagse ontwerpers. Mijn kennis weet ook alles van moderne kunst af. Aan de wand kleine meesterwerken van beroemde kunstenaars. Des te merkwaardiger de lelijke, fel gekleurde fruitschaal die ik niet eerder bij haar had waargenomen maar nu prominent te pronken stond op het design dressoir. Het monsterlijke “ding” was een dissonant in het stijlvolle interieur. Mijn kennis was dat volkomen met me eens. De schaal had ook vele jaren op zolder in een doos gelegen. De reden dat ze hem bewaard had was nostalgie. Als kind speelde ze bij haar tante en op die schaal lagen altijd mandarijntjes. Daar mocht ze dan van snoepen. Toen tante overleed nam mijn kennis de schaal als aandenken aan haar jeugd mee naar huis.
De schaal werd opgeborgen bij andere spulletjes uit diverse nalatenschappen en raakte in de vergetelheid tot er op een dag een artikel in de Telegraaf stond over een tentoonstelling van een Duitse kunstenaar. Bij dat artikel een grote foto van “haar” schaal. Mijn kennis kon haar ogen niet geloven. Ze diepte de vergeten schaal op en vergeleek hem met de foto. Het kon niet missen, haar schaal was vrijwel identiek. De journalist vertelt in het artikel dat er van de schaal nog een tweede exemplaar moet zijn. Toen wist mijn kennis het zeker: zij was in het bezit van dat tweede exemplaar. Met het artikel en haar schaal ging ze vervolgens naar een porselein expert. De man was verrast en bood onmiddellijk 40.000 gulden. Mijn kennis bulkt echter van de centen dus verkopen, daar dacht ze niet over maar verzekeren werd wel noodzakelijk. Het “prul” is nu één van de meeste waardevolle kunstwerken uit haar verzameling.
Opvallend met dit soort verhalen is dat ogenschijnlijk waardeloze voorwerpen of schilderijen een vermogen waard kunnen zijn. We zien dat regelmatig in het programma tussen kunst en kitsch. Over het algemeen rekenen we ons rijk als we iets moois denken te zien maar dan blijkt bij nadere beschouwing dat er van enige waarde geen sprake is. Zo ontdekte een oom van mij bij een antiquair in Italië een met de hand geschilderd drieluikje. De maker was onbekend. Dat maakte mijn oom niet uit. Hij wilde het graag hebben maar de antiquair vroeg er veel geld voor. Mijn oom besloot er nog een nachtje over te slapen. Maar het drieluikje bleef door zijn hoofd spoken. Hij moest en zou het kopen. Het koste nog heel wat moeite om iets van de prijs af te krijgen maar uiteindelijk gaf de verkoper toe. Mijn oom was erg trots op zijn aankoop. Thuisgekomen kreeg het drieluikje een mooi plaatsje op de schouw. Iedereen die het maar horen wilde vertelde hij van zijn ontdekking.
Er gaan enkele maanden voorbij, het loopt tegen de kerst. Mijn oom en tante doen hun inkopen in de Amsterdamse Bijenkorf. Op de afdeling kerstversiering zien ze ineens een bekend drieluikje staan. Mijn oom denkt nog aan een replica. Geweldig! Zie je nu wel, hij had een wereldkoop gedaan. Zijn drieluikje is een meesterwerk anders was niemand op het idee gekomen er een replica van te maken. Ook mijn tante is nog in de veronderstelling dat ze thuis het enige origineel hebben staan. Ze besluiten een stel van die replica’s te kopen om cadeau aan hun vrienden te doen. De ontgoocheling is groot als blijkt dat replica en origineel niet voor elkaar onderdoen. Sterker nog: mijn oom was door die Antiquair flink geflest. Maar ja, Italianen…..
Tot slot het verhaal van de man die te Odijk een klompje goud in de grond vond. Een juwelier bood hem de goudprijs (ongeveer 600 euro). De vinder had echter het gevoel iets heel bijzonders in handen te hebben en stapte naar het museum voor oudheden toe. Dat was een goede beslissing. Zijn klompje goud is 15 eeuwen oud en werd in de 6e eeuw als betaalmiddel gebruikt. Het museum kocht zijn goudvondst en wijdt er nu een tentoonstelling aan. Dat het 20 gram wegende goudstuk veel waarde vertegenwoordigd blijkt uit de afspraak tussen de vinder en het museum. De vondst moest 2 jaar geheim blijven.

De Emmausgangers is wel degelijk een originele van Meegeren, echter in de stijl van Vermeer en “gedateerd” gemaakt. van Meegeren werd zelfs niet geloofd toen hij bekende Vermeer (en anderen) na te bootsen. Trouwens, ook van werken die aan Rembrand van Rijn werden toegeschreven bleken van zijn leerlingen te zijn. Daar is nooit een rel over uitgebroken, wellicht omdat die leerlingen al waren overleden? Waarom beoordeeld men kunst niet gewoon zonder de naam van de kunstenaar erbij te betrekken. Ik heb kust gezien van beroemdheden die ik “de eieren of de tomaten niet waard vond” maar omdat ze waren gemaakt door een beroemdheid is het “mooi”.
@Hans, ja maar Hannama dacht een Vermeer gekocht te hebben.
Ko, en dat is nu precies het hele punt; het gaat om de naam, niet om de kwaliteit an sich. Een ding is mij trouwens niet duidelijk. Heeft van Meegeren zijn schilderij aangeboden onder een valse naam? Als dat zo is, is er inderdaad sprake van bedrog.
‘Rehabilitatie voor Hannema.’ Heb je Ko, een luciferstokje voor me? Om m’n ogen open te houden voor de opportunist Hannema? Die man was zo fout in de oorlog. Als je de naam in Rotterdam noemt vallen spontaan de schilderijen in museum Boijmans er af. Met inbegrip van Van Beuningen, familie van de eigenaars van het ANP. Maar het volk wil genaaid worden. Hannema speelde nog na zijn collaberatie de kasteelheer in het oosten van Nederland.