
De romantici onder ons komen ruimschoots aan hun trekken. Een echte Hollandse winter, zoals we kennen van de oude meesterwerken, hebben we in jaren niet meegemaakt. Uitzonderlijk veel sneeuwval deze winter meldt de website van het KNMI. Dat zal iedereen beamen. Voor de wat oudere generatie roept deze winter beelden uit het verleden op. Natuurlijk de winter van 1963 met de legendarische Elfstedentocht. Maar ook in de jaren 70 hebben we menige strenge winter met veel sneeuw gehad. De winter van 1978/1979 met 60 sneeuwdagen bijvoorbeeld. Het was de sneeuwrijkste winter van de vorige eeuw. De winter van 2009/2010 komt heel dicht in de buurt van dat record.
Sneeuw op de weg als je naar je werk moet is geen pretje. In het weekend is dat anders. Je staat doorgaans wat later op en als je bij het openen van de gordijnen een besneeuwd landschap ziet dan geeft me dat altijd een knus gevoel. Vroeger pakte ik dan onmiddellijk mijn camera en trok er op uit. Tegenwoordig laat ik dat graag aan anderen over. Nu stop ik de croissantjes in de oven en zet een bakje verse Senseoleut. Genietend van het wonderschone uitzicht peuzel ik op mijn gemak het ontbijtje op. Ondertussen kijk ik mijn mailboxje na. De behoefte een lange sneeuwwandeling te maken ontbreekt. Nee, dan bind ik liever de schaatsen onder. Alleen heb ik mijn schaatsen enige tijd geleden weggegooid. Ze lagen weg te rotten in mijn kelder. Al Gore had ons warme winters en bloedhete zomers beloofd. Je rekent dus niet meer op winters weer.
Mijn laatste grote schaatstocht zal ik nooit vergeten. Daarvoor neem ik je mee naar 1991. Het was februari en er lag een dikke laag ijs op de randmeren. Vrienden nodigden mij en mijn vriendin uit om te komen schaatsen in Harderwijk. Ik reed toen afwisselend op hockeyschaatsen en op Noren. We zouden geen tocht gaan maken dus nam ik de hockeyschaatsen mee. Dat heb ik geweten. Mijn vriendin had kunstschaatsen dus we bleven wat rondjes rijden rondom een gezellige uitspanning en vermaakten ons prima met de kinderen van onze vrienden die het schaatsen nog moesten leren.
Mijn vriend, de vader van de kinderen, had zin om toch een toertocht te maken. Hij wist me over te halen. Alleen reed hij op Noren. Het ijs was prachtig en spiegelglad. Er stond een matige wind. We reden heel rustig maar als hij één slag deed moest ik er twee maken om hem bij te kunnen houden. De wind stond echter in mijn rug waardoor ik als vanzelf werd voortbewogen. De tijd verstreek.
Bij Bunschoten aangekomen besloten we terug naar Harderwijk te gaan. Die terugweg hadden we de wind tegen. Mijn vriend had daar weinig moeite mee maar mij ging dat opbreken. Hij reed veel sneller dan ik. Dat was ook logisch. Perslot had ik die verdomde hockeyschaatsen aan. Vraag me niet hoe ik uiteindelijk in Harderwijk ben gearriveerd. Het is de enige keer in mijn leven dat mijn benen daarna weigerden dienst te doen. Dat is een vreemde gewaarwording. Achteraf bleek dat ik een tochtje van 80 kilometer heb gemaakt. Dat lijkt niet zoveel maar is altijd nog een halve Elfstedentocht als je daarbij bedenkt dat ik die tocht op ijshockeyschaatsen heb afgelegd.
Die ijshockeyschaatsen waren ook nog eens zwaar en lomp. Ik had ze ooit gekocht van iemand die deze sport semi-professioneel in Canada had beoefend. Prachtige schaatsen natuurlijk maar niet geschikt voor een toertocht. Ik heb ze na die slopende tocht over de randmeren nooit meer gedragen. Ik meen dat het in 1996 was dat ik nog één keer op de schaatsen heb gestaan. Dat was ergens in de buurt van Muiden. Het IJsselmeer was bevroren en het plan was om een bezoekje te brengen aan het eilandje Pampus. Zover ben ik niet gekomen. Ik kwam met mijn schaats in een scheur terecht en verzwikte mijn enkel. Ernstig was die blessure niet. Toch vond ik het verstandiger om terug te keren. Wat ik me verder van die dag nog kan herinneren is dat ik behoorlijk aangeschoten werd van de glühwein die we in een kroegje te Muiden dronken. Ik heb mijn schaatsen opgeborgen en nooit meer aangeraakt.
Eigenlijk heb ik altijd pech met schaatsen gehad. Dat begon al toen mijn vader besloot mij de beginselen van deze sport bij te brengen. Nog voor we op de ijsbaan stonden zakten we samen door het ijs. Toen ik het dan eindelijk een beetje geleerd had kreeg ik een sneeuwbal tegen mijn nieuwe bril. Mijn brillenglazen overleefde die aanval niet. Van de schrik zag ik een wak over het hoofd. En zo belandde ik voor de tweede maal in het water van de plas waarin ik ook als beginneling samen met mijn vader bijna verzoop. Je zou zeggen dat ik de moed had opgegeven. Maar nee, ik ben een doorzetter.
Mijn eerste schaatsen waren houten Noren. Die schaatsen moest je nog onderbinden. Ze worden weer geleverd en zijn nog altijd populair in Groningen en Friesland. Maar ik wilde ijshockeyschaatsen. Die had je in verschillende uitvoeringen. Met en zonder vaste schoen. Zonder waren goedkoper. Wat je dan deed is een paar werkschoenen kopen en het ijzer daaronder vastmaken met schroeven. Mijn ouders waren zuinig. Ik moest het dus met die combinatie werkschoen en losse ijzers doen. Mijn vrienden hadden echte ijshockeyschaatsen dus ik stond voor aap. Goede raad is duur maar de Kosmos kwam me te hulp. Op een dag schoot geheel onverwacht één van de ijzers los. Ik maakte een behoorlijke smak op het ijs. Strompelend van de pijn kwam ik thuis. De volgende dag was mijn hele been blauw. Dat was het sein voor mijn vader om zijn zoon eindelijk een paar ijshockeyschaatsen met vaste schoenen te geven. Jammergenoeg hebben we daarna een aantal jaren geen natuurijs meer gehad.
Pas toen ik verkering kreeg en er weer eens ijs lag besloot ik een paar mooie Noren te kopen. De verkoper had er geen verstand van. Hij verkocht me hoge Noren van een heel duur merk met schoenen die twee maten groter waren dan mijn voet. Dat hoorde zo want er moesten geitenharen wollen sokken in gedragen kunnen worden. Die vreselijk dure schaatsen kon ik maar niet aan wennen. Natuurlijk kwam ik er wel op vooruit maar echt lekker ging dat niet. Nu had ik een buurman die een echte schaatsliefhebber was. Hij vertelde me dat de echte schaatser schoenen koopt die juist kleiner zijn dan je voetmaat en dat je beslist geen dikke sokken moet dragen maar dunne kousjes. De schoen moet als het ware om je voet gegoten zitten. Ook is het verstandiger om lage in plaats van hoge Noren te kopen als je niet een geoefende schaatser bent. Enfin, ik verkocht mijn schaatsen en kocht van een kennis de hierboven genoemde Canadese ijshockeyschaatsen. Daar heb ik wel plezier van gehad. Later heb ik alsnog de goede Noren erbij gekocht.
Zoals gezegd was mijn laatste tochtje in 1996 en van korte duur. Ik ben klaar met de ijspret. Laat een ander maar zijn benen breken. Ik schuif nu de broodjes in de oven, steek een sigaartje op en schenk een kopje koffie in. Mijn lezers wens ik een genoeglijke, witte zondag toe.
Mijn ijspret bestond vroeger uit ‘een scheve schaats rijden’.
Schaatsen was niet weggelegd voor mij. Toch vind ik het wel leuk om naar een schaatswedstrijd op TV te kijken bij een brandende verwarming en een grote kop snert erbij. Intensief langlaufen daar was ik beter in en heb dat ook enkele jaren gedaan.
Gezien mijn leeftijd ben ik daar ook mee gestopt. Een winterlandschap is heel even mooi voor mij maar vind een zomerlandschap toch wel kleurrijker met geurende bloeiende planten, bloemen en bomen. Ik kijk er nu alweer naar uit. Heerlijk al die lange dagen.
Hoewel ik veel geschaatst heb is de winter nu mijn ding niet meer. Ik snak naar de zon, zee, strand, blauwe luchten, warmte. Heerlijk!!! Spanje here I come again!!!!