De fotojournalistiek is vrijwel dood

stevens

Fotograaf: Jacques Stevens. Arrestatie van collaborateurs en NSB-ers 1945

Gisteren ontving ik het bericht dat het ANP zijn fotoredactie grotendeels zal ontslaan. Het persbureau gaat overschakelen op freelancers. Daarmee sluit het ANP aan bij de kranten die al enige jaren geen eigen fotografen meer in dienst hebben. Het een en ander is het gevolg van de digitalisering, kostenbeheersing en het grote aanbod freelancers. Een mooi vak dreigt in de versukkeling te raken, de echte persfotograaf sterft uit.

Zo’n echte persfotograaf was Jacques Stevens. Stevens stond aan de wieg van de fotojournalistiek die ontstond in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij fotografeerde ruim 60 jaar voor regionale en landelijke bladen. Stevens is overleden in 2007. Hij werd 99 jaar. Zijn omvangrijk archief is overgedragen aan het museum van de Gemeente Hilversum. Onlangs werd een gedeelte van zijn foto’s geveild. De opbrengst is bestemd om nieuwe fototentoonstellingen te organiseren.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Vandaar dat de kranten in het verleden eigen fotografen in dienst hadden. Om als fotograaf te worden aangenomen moest je heel wat in je mars hebben. Een goede beheersing van de techniek was niet voldoende. Er werd van je verwacht dat je boven op het nieuws zou zitten. De goede fotojournalist is brutaal, heeft geen schroom en waagt zich in de frontlinie bij rellen en calamiteiten. Daarbij tracht hij het nieuws vanuit een onverwachte invalshoek te verslaan. Een creatieve duizendpoot dus. Maar ook een globetrotter, altijd op pad, ongeacht de weersomstandigheden.

De ouderwetse fotojournalist was een bonkige kerel die niet veel nodig had om aangespoord te worden. Een man van weinig woorden maar inventief, met een groot netwerk en een “neus” voor nieuws. Zijn werkdomein was de straat, het slagveld of het voetbalveld. Zijn camera een werkpaard, direct herkenbaar aan de sporen die het werken in een dynamische omgeving achterlaten. Ik heb eens een setje camera plus lenzen van een persfotograaf overgenomen. Het zag er niet meer toonbaar uit. Krassen op de lens, verf afgebladerd van de body. Maar ik schoot er prachtige foto’s mee.

De allereerste nieuwsfoto gemaakt met een mobiele telefoon was die van Theo van Gogh liggend op straat direct na de aanslag. Die foto van slechte kwaliteit had een enorme nieuwswaarde en ging de hele wereld over. De “persfotograaf” was een voorbijganger. De enige filmpjes van de rellen in Hoek van Holland werden gemaakt met mobiele telefoons. De nieuwswaarde was groot, de kwaliteit gelijk de beginjaren van de film.

Blijkbaar is kwaliteit ondergeschikt geworden aan het nieuwsbelang. Fotograferen was vroeger een kunst. Om het goed te doen had je een opleiding en veel ervaring nodig. Een plaatje schieten was de helft van het proces. Een film ontwikkelen en afdrukken de afronding. De totstandkoming van een mooie foto was arbeidsintensief en tijdrovend. Eenmaal gepubliceerd was de persfoto alweer gedateerd. Toch deed dat maar weinig af aan de nieuwswaarde. Duizenden persfoto’s werden wereldberoemd en zagen we terug op fototentoonstellingen. Foto’s zijn van belang voor een tijdsbeeld en brengen soms na vele jaren nog geld op door veilingen.

Tegenwoordig kunnen we met één druk op de knop een foto maken en hem gelijktijdig aan de hele wereld tonen. Het onderscheid tussen een analoge foto en haar digitale equivalent is niet meer zichtbaar. De techniek is geperfectioneerd en geautomatiseerd. Vooral dat laatste maakt het mogelijk dat iedereen zonder kennis en ervaring een foto kan aanleveren geschikt voor publicatie. Maar een technisch perfect plaatje is nog geen artistiek verantwoord product. De goede persfotograaf is meer dan een plaatjesschieter. Hij wacht het juiste moment af, bekijkt de lichtval, de uitsnede en bepaalt de scherptediepte. Pas dan drukt hij af.

Hoewel we het ons nauwelijks realiseren bepaalden de persfoto’s het onderscheid tussen de kranten. De Volkskrant, Het Parool en NRC-next, besteedden veel meer zorg aan hun foto’s dan de Telegraaf en het AD. De Volkskant liep altijd vooraan met pakkende plaatjes van hoge kwaliteit. Men had gespecialiseerde fotografen in dienst. Namen schieten me niet zo snel te binnen maar op de Binnenhofredactie zat een fotograaf die tijdens verhitte debatten juweeltjes van portretten schoot. Met een oogopslag kon je zien waarover er in de kamer een dispuut was ontstaan. Specialisatie ook in de sportfotografie. Dat is een vak apart waarbij je heel goed moet opletten en razendsnel moet anticiperen op spelmomenten die beslissend voor de afloop van de match kunnen zijn.

De persfotograaf is veel meer dan een man die een camera kan vasthouden. Hij moet zich verdiepen in het onderwerp, weten waar het om gaat en een verhaal kunnen vertalen naar beelden. Iemand die geen enkel verstand van voetbal heeft zal zelden op het juiste moment afdrukken. Geen kennis van de politiek levert evenmin een goede foto op. Maar dat geldt net zo goed voor de roddeljournalistiek. De twee toppers op dat gebied zijn Joop van Tellingen en Edwin Smulders. Zij kennen iedereen in de showbizz en de showbizz kent hen. Artistiek gesproken lopen er betere fotografen rond. Maar Joop en Edwin hebben hun contacten, werken gedisciplineerd, hebben altijd een scoop en weten wat de lezers van de bladen verwachten. In hun vak zijn ze ongeëvenaard.

De kranten verkeren in moeilijkheden. Dat hebben ze grotendeels aan zichzelf te danken. Onbegrijpelijk dat er op de fotografie bezuinigd wordt. In deze hectische maatschappij waarbij de lezer steeds minder tijd heeft om op zijn gemak de krant te lezen, zouden foto’s hem daar juist toe kunnen aansporen. Een foto trekt sneller onze aandacht dan een schreeuwende kop. Doe voor de aardigheid maar eens een test. Laat je blik snel dwalen over een stapel verschillende kranten. Wedden dat je de krant eruit pikt met de foto die je nieuwsgierigheid het meeste prikkelt?

Het argument van de krantenredacties is dat ze zware concurrentie ondervinden van het Internet. Ja, op het Internet staan miljoenen foto’s met nieuwswaarde. En ja, daartussen zitten sommige juweeltjes. Die kopen de kranten soms voor een fancy bedragje op. Vaak zijn het gelukstreffers. Maar de inmiddels wereldberoemde foto van Karst Tates werd door een beroepsfotograaf (Pim Ras) gemaakt. Toch zagen tientallen amateurfotografen hetzelfde drama voor hun ogen gebeuren. Wat maakte de foto van Pim Ras dan zo bijzonder? Pim bezat een perskaart en kon daardoor letterlijk boven op het nieuws springen. Maar ook zijn koelbloedigheid. Terwijl de hele meute nog moest bijkomen van de schrik had Pim zijn werk al gedaan. Hij was het ook die later bij P&W zou verklaren dat Karst morsdood was toen hij de foto schoot.

Er zit dus een groot verschil tussen een fotograaf (al of niet beroeps) en een fotojournalist. De laatste weet precies wat van belang is om “nieuws” te brengen. Hij heeft door zijn ervaring een gevoel ontwikkeld dat bij de meeste gewone fotografen ontbreekt. Het vak van de fotojournalistiek mag daarom niet verloren gaan. Al was het alleen maar voor ons nageslacht. Door de bezuiniging bij de kranten maar ook door de beperkingen die aan fotojournalisten worden opgelegd sterft dit beroep uit. Als er al sprake van subsidie voor de media moet zijn komt wat mij betreft de fotojournalist het eerste in aanmerking.

Naschrift freelancers:
De indruk wordt met dit artikel misschien gewekt dat ik iets heb tegen freelancers of dat ik hun vakmanschap betwijfel. Dat is niet het geval. De hierboven genoemde Stevens werkte ook als freelancer voor de bladen. Maar fotografen in vaste dienst zijn verzekerd van hun inkomen. De freelancer is overgeleverd aan de willekeur van zijn opdrachtgevers en van de prijzen die de kranten voor zijn werk bereid zijn te betalen. Die prijzen staan onder druk waardoor de freelancer steeds meer moeite krijgt om te overleven. Hij moet ook een deel van zijn kostbare tijd besteden aan de onderhandeling en verkoop van zijn werk, tijd die hij beter kan benutten voor het maken van spraakmakende persfoto’s. De freelancer heeft veel last van de concurrentie van amateurs. Op een gegeven moment zal hij besluiten om dan maar bruidsreportages te gaan maken.

3 reacties

  1. 1
    Hans zegt:

    In het verleden had men het over “fotokunst”; een waar woord. Iedereen kan een penseel vast houden en klodderen, maar is daarmee nog geen kunstenaar. Iedereen kan (met een mobieltje) een foto schieten, maar is nog geen kunstenaar, enz. Ook hier zien we weer dat het vandaag de dag niet meer gaat om kwaliteit maar om kwantiteit. Een van de redenen waarom ik een tamelijke afkeer heb gekregen van de commercie; waarden tellen niet meer, slechts het “snelle” geld.

  2. 2
    Robert zegt:

    Hallo Ko “Hij was het ook die later bij P&W zou verklaren dat Karst morsdood was toen hij de foto schoot.” Hij (Pim) is ook erg verdiept als fotojournalist vandaar dat Karst in de ziekenauto nog heeft gesproken de politie om dat hij morsdood was ?? Is Pim een docter of zo ??

  3. 3

    @Robert, wat denk je zelf? Als persfotograaf kom je regelmatig met de dood oog in oog te staan. Je hoeft geen arts te zijn om te zien dat iemand nog leeft of dood is.

RSS Feed for this entry

Geef commentaar