
Fabchannel trok na 9 succesjaren op vrijdag 13 maart j.l de stekker er uit. Oprichter Justin Kniest verklaart op de website waarom. Fabchannel was het digitale uitzendkanaal van de poptempels Paradiso, de Melkweg , The Roxy in Los Angeles en de Bikini in Barcelona, met plannen om uit te breiden naar andere Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Engeland. De live-concerten van bekend en onbekend poptalent werden op een uiterst professionele wijze opgenomen en uitgezonden. De kwaliteit van het beeld en geluid was ongekend hoog. Fabchannel was een uniek Internetconcept met een enorme, wereldwijde potentie maar de platenlabels (met uitzondering van Universal Music) en de Buma/Stemra zagen dat niet of wilde dat niet zien.
De recordindustrie verkeert in moeilijkheden en probeert krampachtig het hoofd boven water te houden. De platenbazen zien het Internet als hun grootste bedreiging. Natuurlijk is het kortzichtig en dom om ontwikkelingen tegen te houden. Een goede marketeer zou zeggen: “if you can’t beat them, join them!” Maar zo denken de recordlabels en de auteursrechtenorganisaties niet. Er is een verbeten strijd gaande waarbij juristen de dienst uitmaken. Uiteindelijk zal de platenindustrie in haar huidige vorm het onderspit delven. Wat mij betreft kan dat onafwendbare proces niet snel genoeg gaan.
Ik neem je mee terug in het verleden. Bandjes en solisten vochten om een platencontract. Als je eenmaal een plaatje gemaakt had dan gloorde het succes aan de horizon. Dat succes kon razendsnel gaan. Er waren nog maar enkele televisie- en radiozenders en die werden door miljoenen mensen bekeken en beluisterd. Werd je plaatje door een bekende dj zoals Joost den Draaijer (Willem van Kooten) opgepakt dan lag de weg naar een nummer-1 hit voor je open. Een verkoop van 100.000 singles of meer was toen heel normaal. De artiesten kregen van die enorme verkopen slechts enkele centen maar de platenmaatschappijen en muziekuitgevers verdiende miljoenen. Daar stonden flinke investeringen tegenover. Het opnemen, persen, distribueren en promoten van een plaat was kostbaar. De grote successen moesten de missers goedmaken. Evenwel leefden de platenbonzen er goed van. Er verdween ook veel geld in hun zakken dat eigenlijk de artiesten toebehoorde. Legio voorbeelden zijn er van beroemde bands die nauwelijks een cent verdiende aan hun wereldwijde verkoopsuccessen.
Live-concerten waren in die tijd ondergeschikt aan de platenverkoop. Veel hits werden door sessiemuzikanten op de plaat ingespeeld. Zo kon het gebeuren dat bekende namen op de bühne geheel of gedeeltelijk stonden te playbacken. Het publiek vond het best. Maar in de loop der jaren zijn de rollen omgedraaid. Nu verdienen de bands en solisten nauwelijks aan hun cd-verkopen maar wel aan hun optredens. Hoe grootser van opzet de show hoe meer belangstelling. Je kunt je zelfs afvragen of artiesten hun platenmaatschappij nog nodig hebben. Hits worden niet meer door de radiodiskjockeys gemaakt. We hebben nu YouTube en Myspace, Fabchannel was een prachtige aanvulling daarop. Een spetterend zaaloptreden of deelname aan een populair festival genereert je naamsbekendheid. Een cd-productie kost met de huidige technieken nog maar een fractie van wat ooit het opnemen van een langspeelplaat heeft gekost. Het artwork is ook goedkoper geworden en een website laten bouwen kost je de kop niet of doe je zelf.
Zoals Justin Kniest terecht op zijn website laat zien werken de platenmaatschappijen de promotie van hun eigen artiesten tegen. De Buma/Stemra behartigt allang niet meer in eerste instantie de belangen van de artiesten. Neen, deze kostenverslindende instantie is de partner in crime van de industrie geworden. Ze hebben nochtans de wet en dus de overheid achter zich staan. Als het aan de Europese commissie ligt gaat dat veranderen.
Ik denk dat artiesten er goed aan doen om hun promotie in eigen hand te nemen en platenmaatschappijen een schop te geven. Het verwondert me dat dit slechts schoorvoetend wordt gedaan. Het is meer dan 25 jaar geleden dat ik werkzaam was voor een cabaretier. Die trok avond aan avond uitverkochte zalen. Zijn platenverkopen waren ongekend maar vanaf zijn eerste succes hield hij alles in eigen hand. Zo bekostigde hij zelf de plaat- en televisieopnames. Hij gaf ze op eigen labels uit. De platenmaatschappij mocht slechts de distributie doen. De eigen tv-registraties leverde een extra vermogen op. Waarschijnlijk was hij zijn tijd ver vooruit. Ik verwacht dat muziekanten dezelfde weg gaan volgen en raad ze dat ook van harte aan. Sla de handen ineen en begin je eigen label, huur zelf een studio en distribueer je werk via het Internet. Hoe eerder de gevestigde recordindustrie voorgoed de nek om wordt gedraaid hoe eerder een concept als Fabchannel een herkansing krijgt.
Mooi gesproken Ko en geen speld tussen te krijgen.